Copy from ( & with the permition of) www.buddyzorglimburg.nl

Thailand, Lopburi

Wat Prabat Nampo

1 februari

Om de paar dagen doe ik een scheer ronde, de meeste mannen hebben niet veel baard, maar na afloop zien ze er toch een stuk frisser uit. Vaak scheer ik hun in liggende houding, daar ben ik al bedreven in geworden. Ook met de tondeuse kan ik nu aardig uit de voeten, er wordt soms naar een speciaal model gevraagd, dit op de vierde verdieping, waar de nog sterkere patiënten verblijven.

In bed drieëndertig is weer een nieuwe patiënt gekomen: Nopadon is halfzijdig verlamd, spastisch en is helemaal verkrampt. Ik probeer hem op bed zo goed mogelijk te wassen, daarvan knapt hij al een aardig stukje op, of zou dat een idee van mij zijn? Met massages probeer ik hem wat rustiger te maken, dat helpt slechts kort. Ik probeer wat vaker bij hem te zijn, soms ligt hij helemaal opgerold en dwars in zijn bed. Op een of andere manier weet ook hij mij te intrigeren.

2 februari

De nieuwe patiënt in bed veertien is al weer overleden. (nu, na een week, als ik dit opschrijf, weet ik eerlijk gezegd niet meer wie het was)

Jakurn is terug uit het ziekenhuis van Nakon Sawan, hij is daar geweest om op de AIDS medicatie te komen. Verslagen terug naar hier omdat hij niet goed op de medicatie reageert. Hij ziet er erg slecht en vermagerd uit, een heel verschil met het optimisme waarmee hij hier een paar weken geleden vertrok. Hij vertelt me met een bedrukt gezicht van de drie overleden mede patiënten Supentra, Anèk en Nittrayaa, op de afdeling. Wat hij nu als een enorme bedreiging dichter bij ziet komen.

Ik kon het niet laten om vanmiddag te werken, in de vooravond zijn alle vrijwilligers naar huis en is het een stuk rustiger, maar er is nog volop werk. De tijd van twee tot acht vloog dus om.

3 februari.

Ampan gaf me een kadootje, een klein beertje aan een hangertje, Seari gaf mij een medaillon met de afbeelding van Pra Alongkot.

Met de monnik Sanang, die hier als uitzondering al een paar jaar patiënt is en zijn vaste plek heeft, gaat het vrij plotseling slecht. Ik zag wel dat hij zweren op zijn schouders kreeg, maar hij bleef toch actief in het trainen van zijn lichaam dat er nog prima uitzag. Een paar maanden geleden vroeg hij me om hem naar het bus station te brengen. Dat was eerlijk gezegd een raar gezicht, zo van uit het ziekenhuis bed achter op de brommer naar het station.

De drugs jongen, Chavara, van bed tweeëntwintig is overleden, steeds weer klaagde hij over hevige buikpijnen, was aldoor aan de diaree. Hij dronk liters cola op een dag, daardoor lag hij steeds weer nat tot aan zijn oksels met een volle zware pamper in bed.

Ik sluit de dag af met een uur mediteren bij Yves.

4 februari

Ik ontferm me over de nieuwe patiënt (heet ook Somsak). Hij is verhuisd vanuit de kleine ruimte naar bed veertien. Toen hij gisteren binnen kwam was hij nors en weerbarstig, wilde met rust gelaten worden. Somsak valt op door zijn donkere bril welk zijn donkere blik onderstreept. Als ik hem voostel te helpen bij een warme douche, gaat hij daar op in, mag ik zelfs zijn hoofd scheren. Ik zie hem veranderen terwijl we tot een gesprek komen, hij wordt vriendelijk, zacht en kan lachen. Ik sta verstelt van hoe iemand op zo'n korte tijd kan veranderen.

5 februari

Om drie uur vannacht is de vierendertigjarige Ampai overleden. En om vijf uur deze morgen, ook vrij onverwacht, de zesentwintigjarige Nopadon.

Laat ik het even afkloppen, maar tot heden heb ik nog geen schurft (scabiës) opgelopen, dat is wel eens anders geweest. Niet dat het gevaarlijk is, maar wel hoogst irritant, vooral 's nachts houdt het je vaak vanwege de jeuk uit je slaap. Omdat wij vaak bij het masseren op de bedden zitten, kun je het makkelijk overnemen. Je hebt het wel snel door als een patiënt zich aldoor ligt te krabben, moet je tot de wel agressieve behandeling overgaan, tenzij de patiënt er te zwak voor is.

Ik ben vanmorgen naar de grote zaal geweest, daar worden de grote groepen bezoekers samen gebracht en krijgen ze uitleg over Wat Prabat Nampo. Om de boel wat op te vrolijken en luchtiger te maken (want er komen heel wat confronterende dia beelden voorbij) is er een show ingebouwd van enkele ka-theujs, die in travestie dansen en playbacken. Deze zijn tot in de puntjes door henzelf gekleed en opgemaakt.

Lenie en Liesa zijn bezig met het inrichten van een tentoonstelling die alle handelingen van de verpleging in beeld moeten brengen.

Bij het naar buiten lopen van het hospice kom ik een groepje monniken tegen die me wenken. Ze leiden me naar een pick-up waarin een patiënt ligt, die met moeite uit de auto gehaald kan worden, omdat hij totaal niet meegeeft. De man is erg in de war. Bonchou wil me meteen met hem naar de douche ruimte dirigeren, maar daar vind ik de patiënt te zwak voor. Hij is inderdaad enorm smerig, alsof de monniken hem ergens hebben gevonden. Ik laat hem drinken en de monniken vertrekken. Samen met Nancy leggen we hem op de brancard om zo naar de wasruimte te gaan, waar we warm stromend water kunnen gebruiken om hem te schonen. Zijn vingers en tenen zijn helemaal aangetast en vervormd, in zijn kruis een dikke laag uitslag, die ik voor een groot deel kan wegwassen en er weer huid zichtbaar wordt. Ik zweet me te pletter maar geniet van het uiteindelijke resultaat.

Als ik bij Yves kom voor de meditatie, hoor ik dat er paniek was over de HIV test van Eak (ongeluk met scheermesje) de test was positief, twee keer zelfs, maar bij controle in een ander lab. Bleek het toch negatief te zijn.

6 februari

Soulajoet in bed zestien, is al een paar dagen stervend ongelooflijk hoe hij het nog kan volhouden. Ik vind het moeilijk dat ik niets voor hem kan doen, alles weigert hij, wat ik ook probeer. Hij reageert heftig op elke aanraking, trek zich daarvan terug. Ik moet accepteren dat hij het alleen wil doen. Kan hem slechts van op een afstand in de gaten houden.

Vandaag en morgen is Wieke Biesheuvel, een journaliste / reporter van het blad Libelle op bezoek, ze zal voor komende Wereld AIDS dag (op één december) een reportage maken voor het blad. Ze is erg onder de indruk van wat ze hier ziet en meemaakt.

.... Mamo.... moe van het vechten.... hoe kan het anders.... dit gevecht duurt zó lang... je lichaam sterk vermagert..... zacht zeg je dat je dood gaat.... maar toch blijf je knokken.... vraagt om een koud kompres... vraagt om een warm kompres.... je weet het óók niet meer.... toch ben je heel alert.... je pakt me bij beide armen.... wil draaien op je zij.... ik zit op je bed... trekt je knieën om mij heen.... leg aarzelend je koele hand op mijn been... door het korte komfort van deze nieuwe houding.... sluit je onspannen je ogen... even slechts, heel kort en zegt.... thank you.... oké.... "Hoeb", heb je al gegeten?.... "Hoeb", moet je nog niet naar huis?...

6 februari

Yodthong is enorm fanatiek met het oefenen van lopen. Hij heeft een halfzijdige verlamming, maar is daarbij zeer zwaar. Bij het oefenen moet hij door twee mensen worden ondersteund, hij kreunt, zucht en transpireert, valt na afloop doodop in zijn bed, dat ik me afvraag of dit wel goed voor hem is. Vandaag is hij onrustig, zegt dat hij naar huis gaat, een vriend komt hem ophalen. Deze komt inderdaad zei het pas aan de vooravond met zijn auto voorrijden. Yodthong is niet meer te houden en dankt de vriend telken male. In een mum van tijd zit hij in de auto, waarvan ik dacht hoe krijgen we hem daar in. Zwaaiend verdwijnt hij uit het zicht.

7 februari

Vandaag de verjaardag van mijn moeder, als ze nog in leven zou zijn, zou ze zesentachtig zijn geworden. Door haar is dit allemaal begonnen. Door haar lijdensweg en haar sterven begon mijn interesse in waar ik nu voor gekozen heb.

Laat in de middag is Liu overleden (bed zeventien), de patiënt die het hart van Saskia had gestolen, gelukkig was ze er op het moment van zijn sterven. Ze is er heel intensief mee bezig geweest.

Later op de avond is ook Soulajoet overleden, zijn buurman in bed zestien.

De laatste werkdag van Nancy, als ze op het einde van de werkdag naar buiten komt lopen heeft ze het moeilijk. Ik sta mijn handen te wassen, pak haar daarna vast, en ze zegt huilend dat het snelste bij de mensen weg was waar ze het meeste contact had. Ik zeg dat ik het begrijp.

Vanavond met Saskia en Wieke, de journaliste, gaan uit eten, gezellig en lekker, en vooral veel, en fijn gepraat.

Met warme groet,
Huub.